Dag 18: Himeji & Osaka

Vandaag is de laatste dag dat we van onze JR Railpass gebruik kunnen maken. En dus gaan we vandaag naar Himeji. We zijn er al twee keer langs gekomen met de trein: op de reisdag naar Hiroshima en op de reisdag naar Kyoto, maar beide keren hadden we geen tijd om hier te stoppen, dus dan maar als dagtrip vanuit Kyoto.

Himeji Castle, één van de twaalf originele kastelen in Japan. Het kasteel wordt ook wel het ‘Witte Reiger’ kasteel genoemd.

De highlight van Himeji is natuurlijk Himeji Castle, een prachtig spierwit typisch Japans kasteel dat zo de setting zou kunnen zijn voor een sprookjesverhaal. Himeji Castle is één van de slechts twaalf originele kastelen die daadwerkelijk stamt uit de middeleeuwen en niet als reconstructie later opnieuw is opgebouwd, zoals bijvoorbeeld het geval was in Hiroshima. We bekijken het kasteel ook van binnen, maar de binnenkant is minder bijzonder dan de buitenkant. Wel grappig zijn de eindeloze houten wapenrekken aan de binnenmuren van het kasteel.

Eén van de negen tuinen in Kokoen Garden.

Als je Himeji bezoekt, ga dan ook zeker naar Kokoen Garden! Deze Japanse tuin is, met enige twijfeling, denk ik de mooiste tuin die ik in Japan heb bezocht! Of eigenlijk zijn het er negen. Negen aparte tuinen met elk hun eigen thema die door witte muren van elkaar worden afgebakend. Vooral de tweede tuin is prachtig waar je door verschillende houten paviljoens heen loopt en vanuit daar uitkijkt over een vijver met koi karpers en aan de randen van de vijver enkele watervallen.

Er is nog één typisch Japanse maaltijd die ik nog niet heb geprobeerd en dat is de bento box: een plastic doos met verschillende vakjes en daarin verschillende soorten eten, een typisch Japanse lunch. Je schijnt ze veel te vinden in winkels in het station, maar ik had ze nog niet eerder gezien. In de straat van Himeji Castle terug naar het station van Himeji zie ik er eentje. Voor omgerekend €6 heb ik een geweldige maaltijd met kip, een tempura garnaal, een vega-burger (denk ik?), koolsla, zure groente en een flinke portie witte rijst.

Uitzicht vanaf de verdieping nét onder het obeservatiedek. In het midden zie je de twee roltrappen die door bezoekers van het observatiedek gebruikt kunnen worden. De bomen rechtsonder in de foto geven een impressie van de hoogte.

In de middag bezoeken we Osaka, de op-twee-na grootste stad, na Tokyo en het aan Tokyo vastgegroeide Yokohama. We bezoeken Umeda Sky Building: een kantoortoren met een observatiedek op de 39e verdieping. Het is van dezelfde architect als het station van Kyoto. Met een glazen lift ga je omhoog naar de 36e (?) verdieping en vanaf daar ga je met een spectaculaire glazen roltrap naar het observatiedek, vanaf waar je uitzicht hebt over Osaka en de vliegtuigen die op Kansai Airport landen en opstijgen.

Uitzicht over Osaka vanaf het observatiedek van Umeda Sky Building.

In Osaka is verder niet meer zo heel veel te zien. Ik loop nog wat rond door een negen verdiepingen tellende elektronicawinkel, op zoek naar een powerbank om mijn telefoon, die nu ook dienst doet als fototoetsel, op te kunnen laden. Maar tevergeefs, powerbanks zijn er wel, maar ze lijken mij aan de dure kant en het personeel spreekt niet goed genoeg Engels om mij te kunnen uitleggen welke powerbank ik zou moeten kiezen. Omdat Osaka toch nog wel een eind van Kyoto vandaan ligt besluit ik terug te keren naar het hotel. Die avond eet ik weer op de 11e verdieping van het station van Kyoto. Niet uit een automaat deze keer. Maar wel een lekkere maaltijd met o.a. een Japanse ‘hambugu’ (zonder broodje, wel met jus en rijst).

Dag 17: Kyoto & Nara

Onze JR Rail Pass, die bij de reis inbegrepen was, is nog twee dagen geldig. Dat betekent dat we vanuit Kyoto nog een paar dagtrips kunnen maken. Vandaag staan Inari en Nara op het programma. We lopen van het hotel naar het station van Kyoto. Onderweg maken we nog een stop bij de Higashi-Honganji Tempel. Daar staat een fontein met een waterspuwende draak en een ‘oerboom’, die noch loofboom, noch naaldboom is, zo weet een mede-reisgenoot mij te vertellen.

Klein stukje van het pad met de duizenden torii gates op weg naar de top van Mt. Inari.

De Fushimi Inari Shrine, of afgekort ook wel Inari (zoals het nabij gelegen station heet), ligt in Kyoto en staat bekend om de duizenden rode torii gates. Op sommige plekken staan de poortjes wat verder uit elkaar, op andere plekken staan de poorten zo dicht op elkaar dat het lijkt alsof je door een oneindige rode tunnel loopt. Het pad loopt omhoog een berg op naar de Yotsutsuji kruising en dan vanaf daar in een rondje terug naar het beginpunt. Onderweg komen we ook verschillende kleine shrines tegen met daarbij miniatuur-poortjes.

Uitzicht over Kyoto vanaf Mt. Inari

De rode poorten zijn natuurlijk al een attractie op zich, maar voor de dappere toeristen die iets verder lopen dan alleen de eerste tien poorten, volgt ook nog een prachtig uitzicht over Kyoto. Wat mij vooral opvalt is het enorme viaduct die het stedelijke landschap doorkruist. We keren terug naar het station van Inari en nemen de trein naar Nara. We lunchen vlakbij het station van Nara: gefrituurde stukjes kip, miso-soup, witte rijst en een paar smaakloze blokken tofu.

Zebrapad of hertenpad? Ze geven in ieder geval niks om het (rode) voetgangerslicht. Net buiten de foto staat een vrouw met wat lekkers in haar hand.

Nara staat bekend om de vele herten. Ze lopen overal los rond. Je ziet ze in de berm van wegen, bij de bushalte, hordes herten in het park en bij de toeristische attracties zijn er speciale bewakers die de herten op afstand proberen te houden. Echt vriendelijk zijn de herten overigens niet. In Miyajima liep een schooljongen met snoepjes, zodra het hert dat in de gaten kreeg, bleef hij de jongen herhaaldelijk kopjes geven. Drie keer raden waarom ze bij de herten het gewei hebben afgeknipt. Echt vriendelijk zijn de toeristen overigens ook niet. Een Amerikaans gezin laat een hert hun plattegrond opeten en daarna proberen ze bij het hert (met veel geweld) een zonnebril op te zetten. Had ‘ie toen nog maar z’n gewei gehad…

25-meter hoog Boeddha beeld in de Daibutsuden in het centrum van de Todaiji Tempel.

We gaan naar de Todaiji Tempel. De Daibutsuden (Big Buddha Hall) in het centrum van de tempel is gebouwd in 1709 en was tot 1998 het grootste houten gebouw ter wereld, maar is inmiddels door meerdere andere constructies ingehaald. Nietsvermoedend loop ik de tempel binnen en plotseling sta ik oog-in-oog met een 25-meter hoog bronzen Boeddha beeld. Het is indrukwekkend. Zelfs zijn hand is al hoger dan het lichaam van een mens. Als je aan de voet van het beeld staat, voel je je net een mier, zo klein.

Als we vervolgens aankomen bij de Kofukuji-Tempel heb ik een deja-vu moment. Is dat nou echt? Nee, ik heb het me niet ingebeeld. In Nagasaki hebben we ook al een Kofukuji-Tempel bezocht. Net als die in Nagasaki is ook deze Kofukuji-Tempel niet heel bijzonder, teminste niet als je nét de Todai-ji Tempel hebt bezocht. De vijf verdieping tellende pagode die ernaast staat vind ik wel bijzonder. Je komt wel meer pagodes tegen, maar nog nooit heb ik er eentje van zo dichtbij kunnen fotograferen. En, zo blijkt achteraf, het schijnt met z’n 50 meter hoogte de op-één-na hoogste pagode van Japan te zijn.

Gazebo op het Sky Terrace van Kyoto Station. Zouden alle forenzen die 11e verdiepingen hieronder in en uit de treinen stappen weten wat hierboven te zien is?

De avond valt snel in Japan en we keren terug naar Kyoto. Daar nemen we nog even de tijd om het station van Kyoto te bewonderen. In tegenstelling tot alle tempels in Kyoto, een typisch voorbeeld van moderne-architectuur. Een serie aan opeenvolgende roltrappen leidt naar de ‘Sky Terrace’. Een terras op de 11e verdieping met een mooi-verlichte gazebo. Het lijkt misschien nog vroeg (begin november) maar ze zijn in Japan al vol op bezig met de voorbereidingen voor kerst. We nemen de skyway, een overdekte passage in de nok van het stationsgebouw met uitzicht op de rood-wit-blauw verlichte Kyoto Tower.

Uitzicht op Kyoto Tower vanuit de skyway in de nok van het moderne stationsgebouw van Kyoto.

Vandaag was echt een van de highlights van mijn Japan-reis. Ik heb zo veel interessante dingen gezien. Ik heb al veel tempels gezien, maar de tempels in en rond Kyoto weten mijn verwachtingen toch te overtreffen. Ik eet die avond boven in het stationsgebouw van Kyoto. De 11e verdieping zit vol met kleine Ramen-restaurantjes. Bij drukte moet je eerst in een rij gaan staan, dan kies je je menu bij een automaat, je betaalt en krijgt vervolgens een kaartje dat je bij de serveerster kunt in leveren. Nog geen 10 minuten later staat er een lekkere warme kom ramen voor mij op tafel, en natuurlijk een kommetje witte rijst.

Dag 16: naar Kyoto

Vandaag was de langste reisdag van mijn drie weekse vakantie (de vlucht van/naar Japan niet meegerekend natuurlijk). Dat betekent dat ik helaas niet zo veel interessante foto’s heb kunnen maken. Als we in de ochtend ons hotel verlaten, zien we hoe in de straat een klein festival wordt opgebouwd. Er is een schiettentje, een bandje dat alvast aan het inspelen is, verschillende eetkraampjes waaronder ook een rijdend eetkraampje in de vorm van, ik denk, een muis? Het blijkt later dat het vandaag een culturele feestdag is in Japan, wat dus ook de gelegenheid is voor dit festival.

De straat voor ons hotel in Mt. Aso waarin het festival wordt opgebouwd. Links in beeld is het rijdende Minguru café. Op het dashboard staan animé poppetjes van het bekende Studio Ghibli.

Heel lang kunnen we niet bij het festival blijven want nadat onze bagage in een busje is ingeladen gaan we terug naar het station. Er volgt een lange busreis terug naar het station van Kumamoto. Het is druk in de bus en er komt een Japanse dame naast me zitten. Ze lijkt moe te zijn en doezelt af en toe een beetje weg tegen mijn schouder. Ik vind het wel grappig, maar volgens mij schaamt het meisje zich voor zichzelf, want zodra er een ander leeg plekje vrij komt in de bus gaat ze meteen daar zitten. In de omgeving van Mt. Aso leek het sowieso alsof wij de toeristische attractie waren. In onze groep zaten meerdere jongens van 1 meter 90 (of groter, geen idee eigenlijk?) die verschillende keren op de foto gingen met Japanse meisjes. En zelfs met mij zijn er een paar foto’s gemaakt.

De Japanse Yens die ik na mijn reis heb overgehouden (even een willekeurige foto tussendoor). De muntstukken van 5 en 50 yen vallen op door het gat in het midden. De muntstukjes van 1 yen (ongeveer 0,85 eurocent) voelen zo dun aan dat het bijna speelgoedgeld lijkt.

Het openbaar vervoer in Japan is natuurlijk geweldig: super punctueel, efficiënt en snel. Maar wat me wel opvalt is de grote hoeveelheid prikkels die je op een station te verwerken krijgt. Elk station heeft z’n eigen deuntje dat wordt afgespeeld als een trein aankomt. Als je dat deuntje drie keer hebt gehoord, heb je het wel gehad. De trein die voor ons staat heeft dit station als eindbestemming en om aan te geven dat men niet mag instappen klinkt twee minuten lang een irritante pieptoon ‘piep-piep-piep-piep’ en dan daarbovenuit klinkt nog een stem die in het Japans reisinformatie omroept. Nederlandse stations zijn een oase van stilte vergeleken met de Japanse tegenhangers.

De gate van de Yasaka Shrine. Deze gate is zo prachtig uitgelicht dat het bijna lijkt alsof het gewoon overdag is.

Tegen de avond komen we aan in Kyoto, alweer de laatste bestemming van de Japan-reis. Nadat we zijn ingecheckt, trekken we de stad in. We eten die avond in het Gion-district in een toeristisch steegje ‘Pontocho’, vergelijkbaar met het Yakitori-steegje van Tokyo. Als je kwalitiatief goed wilt eten kan ik dit straatje aanbevelen, maar als je véél wilt eten of op zoek bent naar een goedkope maaltijd, zou ik Pontocho afraden. Na het eten lopen we nog een stuk door Gion. In dit district zou je ook Geisha’s kunnen spotten: elegante vrouwen met witte make-up en traditionele kleding. Die heb ik vandaag helaas niet meer gezien.

Lampionnen in de Yasaka Shrine.

We bezoeken de Yasaka Shrine, die door de culturele dag langer geopend is en bovendien prachtig verlicht is. Ongeveer halverwege het terrein valt mijn telefoon uit. De batterij is leeg. Toch heb ik nog een paar prachtige foto’s kunnen maken voor we terug keren naar het hotel.

Dag 15: Mt. Aso

Na het ontbijtbuffet in het hotel rijden we met een bus terug naar het station van Aso. Vanaf daar nemen we een andere bus naar Kusasenri: een paar huisjes aan een doorgaande weg. Hier is onder andere een informatiecentrum en een museum gewijd aan de Aso vulkaan gevestigd. Dit is ook het startpunt van onze wandeling voor vandaag.

Uitzicht op Mt. Naka op de terugtocht vanaf de top van Mt. Kishima terug naar beneden.

Mt. Aso is eigenlijk een verzamelnaam voor een vijftal bergpieken: Mt. Neko, Mt. Taka, Mt. Eboshi, Mt. Kishima en Mt. Naka. Die laatste is een actieve vulkaan. ‘Code twee’ is afgegeven wat betekent dat we Mt. Naka zelf niet kunnen bezoeken. In plaats daarvan beklimmen we Mt. Kishima (ongeveer 1300m hoog). Vanaf Mt. Kishima hebben we uitzicht op Mt. Naka en de rest van de omgeving. Het is een kaal, dor landschap dat mij aan IJsland doet denken.

Panaroma-view van de kraterwand van Mt. Kishima.

We lopen een rondje over de kraterwand van Mt. Kishima. Heel lang kunnen we niet van het uitzicht genieten, want de mist komt opzetten. Na niet veel tijd lijkt het alsof we in een spookachtige omgeving ronddwalen waarin we elkaar nauwelijks kunnen zien. Echt gevaarlijk is het niet. We blijven op de paden en komen uiteindelijk terug bij het pad naar beneden. We dalen weer af naar beneden. De mist trekt zo snel weer weg als dat ie gekomen is. We maken nog wat foto’s van Mt. Naka en ook van Mt. Eboshi, één van de vijf andere pieken, dan keren we weer terug naar de bushalte.

Mt. Eboshi, gefotografeerd vanaf de kale vlakte tegenover de parkeerplaats van Kusasenri.

Die avond hebben we een zaaltje gereserveerd in het hotel om karaoke te zingen. Ik ben een van de meest fanatieke zangers en zing onder andere mee met de nummers van Ed Sheeran – Shape of You en The Beatles met Hey Jude. Ook maken we in dit hotel een groepsfoto. In de avond wil ik een bezoekje brengen aan een van de negen private onsen in het hotel, die schijnen allemaal een eigen thema te hebben (zo kun je bijv. badderen in een holle boomstronk). Helaas zijn er elf wachtenden voor mij, dus neem ik genoegen met een bezoekje aan de public onsen.

Dag 14: naar Mt. Aso

Vandaag staan we vroeg in de ochtend op en reizen we vanuit Nagasaki naar Mt. Aso. Omdat er tussen Kumamoto en het station van Aso geen treinen rijden (door een eerdere aardbeving?), moeten we de bus nemen. Zo wordt vandaag een lange reisdag waarop we weinig nieuwe dingen zullen zien en dus ook een korte blogpost.

Half-ingestort torentje van de muur van Kumamoto Castle: een van de weinige dingen van het kasteel dat niet in de steigers staat.

Met de ‘normale’ sneltrein reizen we terug van Nagasaki naar Shin-Tosu. Ze zijn druk bezig met het aanleggen van de Kyushu West Shinkansen: een nieuwe Shinkansen van Shin-Tosu naar Nagasaki. Zodra die klaar is wordt de tijd tussen Shin-Tosu en Nagasaki teruggebracht van 1 uur en 45 minuten naar een kleine drie kwartier. Helaas is het nog niet zo ver en moeten wij het met de tragere trein doen. Vanaf Shin-Tosu stappen we wel over op een Shinkansen en reizen we naar Kumamoto. Daar hebben we even pauze om te lunchen en met de tram naar het Kumamoto Castle te gaan. Het Kumamoto Castle wordt gerenoveerd en staat in de steigers. Bovendien is er weinig tijd want we moeten de bus halen. Heel veel meer dan een foto van het torentje van de muur van Kumamoto Castle zit er dus niet in.

Uitzicht over Aso Kuju National Park. In het midden is Mt. Aso zichtbaar die een flinke dosis stoom uitblaast.

Na een meer dan twee uur durende busrit komen we aan in Aso. Het Aso Kuju National Park waarin we verblijven is een enorme krater met een diameter van 18 tot 25 kilometer. In het midden staat Mt. Aso. Vanaf het station van Aso nemen we een lokale bus naar een halte in de buurt van het hotel. We slapen in een hotel met Japanse-stijl kamers. Er is een publieke onsen (die in tegenstelling tot de vorige onsen niet heet is). Het diner (en ontbijt) bestaat uit een groot all-you-can-eat buffet waar je vlees kunt halen om bij de tafel in een pan te bakken, maar ook sushi kunt halen en zelfs frietjes. Verder zijn er massagestoelen (… of martelstoelen) en een voeten-trilplaat. ’s Avonds doen we mee aan de bingo, waar ik ook nog een klein prijsje weet te winnen! Het hele hotel in al z’n massaliteit en entertainment doet een beetje aan een soort Japanse Center Parks denken, in ieder geval heel anders dan de westerse hotels en de Japanse ryokan/minshuku waar we tot nu toe in overnacht hadden.

Dag 13: Nagasaki

Als je een beetje doorloopt en goed gebruik maakt van de trams heb je Nagasaki in één dag eigenlijk wel gezien. Oorspronkelijk was het plan om vandaag naar Gunkanjima te gaan, ooit een druk eiland, waardevol vanwege een, half onderwater gelegen, kolenmijn. Nu een verlaten spookstadje en het decor van de James Bond film ‘Skyfall’. Echter, door de tyfoon is de aanlegsteiger verwoest en kunnen we Gunkanjima alleen vanaf de boot zien, daarmee is voor mij de interesse er een beetje vanaf. Een groepje reisgenoten gaat wandelen bij Mount Unzen, een vulkanisch gebergte in de buurt van Nagasaki. Dat was ik eerst ook van plan, maar ik heb een beetje last van mijn voeten van al het wandelen en over twee dagen gaan we bij Mount Aso (een andere vulkaan) ook nog veel wandelen dus dat gaat ook niet door.

Dejima, namaak van het Nederlandse handelseiland dat in gebruik was tijdens de isolatie van Japan.

Het officiële reisprogramma raadt vandaag een excursie aan naar Huis ten Bosch. Een Nederlands-stijl themapark met kopieën van o.a. het centraal station van Amsterdam (nu wel écht), de Domtoren, de Oostpoort van Delft en natuurlijk Huis ten Bosch. Omdat het themapark best wel prijzig is en ik niet naar Japan ben gekomen om Nederland te zien, spreekt mij dit ook wat minder aan. Uiteindelijk besluit ik wat ik vandaag ga doen: in de ochtend wil ik nog naar Dejima waar ik gisteren alleen even langs gelopen ben en in de middag doe ik gewoon een dagje rustig aan.

Strohoeden in Dejima.

Bij Dejima krijg ik de vraag of ik een Engelse ‘guide’ wil. Ik wil eigenlijk al ‘ja’ zeggen, maar werp een snelle blik op de mogelijkheden en kom tot de conclusie dat ik naast Engels, Japans, Chinees en Koreaans ook een Nederlandse guide kan nemen. Doe die dan maar! Dejima heeft de atoombom niet overleefd en alles is heropgebouwd. Toch is het leuk om hier rond te wandelen. Ze hebben geprobeerd om zo goed mogelijk te laten zien hoe het leven in Dejima was destijds. In de informatiefilmpjes worden cartoons getoond met VOC-mannen die in Nederlands praten over de handel of het weer. Natuurlijk wel met Japanse ondertiteling!

Nijntje of Miffy, zoals ze hier heet, is razend populair in Japan. Dit typisch Hollandse plaatje in Dejima is niet de eerste keer en zeker niet de laatste keer dat ik Nijntje spot in Japan.

In de middag ga ik naar het Nagasaki Seaside Park om tot rust te komen. Hier eet ik mijn lunch op. Daarna schrijf ik in mijn schrijfblokje over de avonturen die ik tot nu toe heb meegemaakt. Rond een uur of twee besluit ik om te gaan geocachen (toch leuk om te kunnen zeggen dat je een geocache aan de andere kant van de wereld hebt gedaan). Onder de Japanners lijkt geocachen niet heel populair, de logs bij de twee gevonden geocaches waren vooral in het Engels van Europese en Amerikaanse toeristen die met of zonder cruise schip Nagasaki bezocht hebben.

Anker in de haven van Nagasaki. De geocache die hier zou moeten liggen heb ik helaas niet gevonden.

In de avond zoek ik de rest van de groep weer op. We gaan samen met de Nagasaki Ropeway naar het Mt. Inasayama uitzichtspunt. Dit schijnt samen met het uitzichtspunt van Monaco en dat van Hong Kong uitgeroepen te zijn tot één van de drie mooiste ‘Night Views’ ter wereld. We zijn hier nog net op tijd om de zon onder te zien gaan. Daarna wordt het schemerig donker. We drinken een drankje in het café en keren dan nog terug om een paar nachtkiekjes te maken, die op het schermpje van mijn iPhone helaas veel minder mooi zijn dan met het blote oog.

Uitzicht over Nagasaki vanaf het Mt. Inasayama uitzichtspunt, nu nog met daglicht.

Dag 12: Nagasaki

Drie dagen na de atoombom op Hiroshima werd ook Nagasaki getroffen door een tweede atoombom. Met 70.000 slachtoffers was deze bom minder dodelijk dan de eerste atoombom, toch is het een zware gebeurtenis geweest in de geschiedenis van Japan. Het Atomic Bomb Museum van Nagasaki dat we in de ochtend bezoeken, pakt mij minder dan dat van Hiroshima. Misschien omdat het minder verhalen van overlevenden vertelt, of misschien dat mijn hoofd na Hiroshima een beetje vol zit.

Peace Monument in het Peace Park van Nagasaki. De man symboleert Buddha of God. Zijn rechterhand waarschuwt ons voor de gevolgen van de atoombom, zijn linkerhand symboliseert eeuwige vrede. Met zijn gesloten ogen herdenkt hij allen die hun levens zijn kwijtgeraakt door de bom.

We lopen door het Peace Park naar het Peace Monument. Ook zijn er in het Peace Park verschillende brokstukken te vinden van na de atoombom: de ruïnes van een oude gevangenis en een zuil die ooit onderdeel was van een Christelijke (ja, je leest het goed!) kerk in Nagasaki. Op het hypocenter waar de bom is ontploft staat een zwarte monoliet. Een van de slachtoffers van de atoombom was Sadako, een meisje dat de klap in eerste instantie had overleefd. Negen jaar na de bom bleek het dat ze leukemie aan de straling had overgehouden. In het ziekenhuis begon ze met het vouwen van duizend origami kraanvogels, in de hoop dat dit haar zou genezen. Maar na 8 maanden stierf Sadako. Haar klasgenoten hebben het werk voor haar afgemaakt. Zowel in Hiroshima als Nagasaki zien we veel klassen met schoolkinderen die de verschrikkelijke gebeurtenissen herdenken en die honderden gevouwen kraanvogels achterlaten. Voor ze hun kraanvogels achterlaten, spreken ze enkele gebeden uit en zingen ze een lied ter nagedachtenis.

Tussen 1633 en 1853 was Japan afgesloten van de rest van de wereld. Het was voor buitenlanders niet toegestaan om voet aan wal te zetten in Japan. Nagasaki was in deze periode een uitzondering. In Dejima mochten eerst Portugezen en daarna alleen Nederlanders voet aan wal zetten om handel te drijven met de Japanners. Nagasaki was lange tijd de enige poort tot Japan. Dejima ga ik morgen nog uitgebreid bezoeken. Maar wat mij wel opvalt tijdens mijn periode in Nagasaki is de grote hoeveelheid buitenlandse invloeden.

Meganebashi Bridge. Op de achtergrond zijn ze bezig met werkzaamheden. Op de voorgrond een groepje vrolijke Japanse meisjes die verschillende poses doen op de stenen voor de brug.

We nemen de tram vanaf het Peace Park terug richting het centrum van Nagasaki. Daar bezoeken we de Meganebashi Bridge. De brug zelf is niet eens zo heel spectaculair, maar wat veel leuker is, zijn de Japanse schoolkinderen die op allerlei verschillende manieren poseren op de rotsblokken voor de brug. We bezoeken twee tempels: de Kofukuji tempel (niet heel bijzonder t.o.v. andere tempels die ik tot nu toe heb gezien) en de Sofukuji tempel (één letter verschil).

Ingang van de Sofukuji Tempel. Wat mij direct opviel waren de ronde vormen in de ingang, mogelijk een voorbeeldje van de Chinese architectuur. Zoiets heb ik in ieder geval niet bij andere Japanse tempels gezien.

Die laatste, de Sofukuji tempel, schijnt door en voor Chinezen te zijn gebouwd. De architectuur van deze tempel is daardoor nét even wat anders dan de rest van de tempels die ik in Japan heb gezien. Na het bezoekje aan Sofukuji loop ik via de China Town (een paar straten met veel Chineze restaurantjes) naar het zuiden. Daar liggen de zogenaamde ‘Dutch Slopes’. Dit was ooit dé plek waar verschillende buitenlanders zich vestigden nadat Japan weer werd opengesteld naar de buitenwereld. De Dutch Slopes stellen verder niet heel veel voor: een steile stenen helling en enkele westerse huisjes.

Uitzicht op Nagasaki vanaf de Glover Sky Road. Links een groot cruiseship dat vandaag haar ‘port of call’ heeft in de haven van Nagasaki.

Tegen een van de heuvels van de stad, vind ik een diagonale lift, die mij in een paar minuten naar de Glover Sky Road brengt. Vanaf hier heb ik uitzicht over Nagasaki en het enorme cruiseschip dat op dit moment in de haven ligt. Ik koop een ticket voor de Glover Garden: een tuin die is vernoemd naar Thomas Glover, een Schotse koopman die zich in 1859 in Nagasaki vestigde en die een belangrijke rol heeft gespeeld in de industriële revolutie van Japan. De tuin karakteriseert zich door een groep westerse huisjes en Victoriaans-ogende tuintjes en terrasjes. Ook zie ik vanaf deze berg hoe het cruise schip luid toeterend de haven van Nagasaki uitvaart. Ik heb het idee dat het gelijk een stuk rustiger is geworden in Nagasaki.

Impressie van één van de western-style houses in de Glover Garden.

Ik maak nog een foto van de Oura Cathedral. Omwille van de tijd en gezien de hoge toegangsprijs ben ik hier niet naar binnen geweest. Wél koop ik een Castella Ice Cream, een typisch Nagasakisch toetje: twee plakken (Castella) cake en daartussen zacht vanille ijs. Langs Dejima loop ik terug naar het hotel. Op advies van een reisgenoot eten we die avond op de vijfde verdieping van een warenhuis. Daar zitten een paar restaurantjes die, zoals gebruikelijk, hun eten in plastic vorm tentoonstellen. Mijn maaltijd die avond is een grote kom ramen in curry en een kommetje nasi-achtige rijst met kip.

Etalage van een van de restaurantjes met plastic namaak versies van het eten.

Dag 11: Hiroshima

6 augustus 1945, kwart over 8 ’s ochtends. Dat was het tijdstip waarop de atoombom ‘Fat Boy’ boven Hiroshima ter ontploffing werd gebracht. Een bom die uiteindelijk van 140.000 slachtoffers het leven zou kosten. Een tragische gebeurtenis. Het Hiroshima Peace Memorial Museum dat we deze ochtend bezoeken staat in het teken van deze gebeurtenis. Een van de dingen die mij gelijk opvalt aan het museum is de objectiviteit waarmee gebeurtenissen worden beschreven. Er wordt geen schuldige aangewezen. Wie of wat er ook schuldig is maakt niet uit. Het museum heeft maar een boodschap en dat is dat zoiets nooit meer mag gebeuren.

De Atomic Bomb Dome: een van de weinige gebouwen die in de destructie van de atoombom overeind is gebleven. De koepel van de, toen nog, ‘Hiroshima Prefectural Industrial
Promotion Hall’, was al voor de atoombom een icoon van Hiroshima.

In anderhalf à twee uur lees ik de verhalen waar het museum mee gevuld is. Verhalen over mensen die de atoombom overleefd hebben en vertellen wat zij hebben gezien of meegemaakt. Het museum is op zijn zachtst gezegd indrukwekkend: van de kindertekening met een dorstige vrouw die de neervallende zwarte regen met haar mond probeert te vangen, tot de bijna buitenaards-lijkende stukken aan elkaar gesmolten glas en metaal. Na het museum lopen we naar de memorial hall, waar foto’s zichtbaar zijn van de slachtoffers: hele families die zijn weggevaagd door de bom. Tenslotte brengen we een bezoekje aan de ‘Atomic Bomb Dome’, een van de weinige structuren die is blijven staan.

Overblijfselen van de ‘Sumitomo bank’, op het opstapje zat een man te wachten tot de bank open zou gaan. Hij werd overvallen door de zee aan vuur. Zijn lichaam is nooit meer gevonden, maar zijn ‘schaduw’ is voor eeuwig in de muren van de bank gebrand.

Gelukkig is er vandaag ook ruimte voor iets lichtere kost. Na de wandeling door het Peace Park komen we uiteindelijk uit bij het fotogenieke Hiroshima Castle. Helaas niet meer het oorspronkelijke kasteel, maar een replica. Binnen in het kasteel is een museum waarin de geschiedenis van Hiroshima van vóór de tweede wereldoorlog wordt tentoongesteld. In de verschillende vitrines staan samoerai-outfits en zwaarden tentoongesteld. Op de bovenste verdieping is er een mooi uitzicht over de stad.

Hiroshima Castle, gebouwd in 1958, een replica van het oorspronkelijke kasteel uit 1590.

Hiroshima is een hele andere stad dan Tokyo. Tokyo is een spaghetti van straten, metrolijnen en bouwwerken. Tokyo lijkt daarmee heel erg op de Europese steden, waarin de geschiedenis van de stad gevangen is in de stedenbouwkundige kenmerken van de stad. Hiroshima is helemaal vanaf niets opnieuw opgebouwd. De stad heeft daardoor een lay-out die veel meer vergelijkbaar is met Amerikaanse steden. Een grid-structuur van straten en wegen. Toch oogt de stad veel chaotischer dan Tokyo: oude, krappe stadstrammetjes die nodig aan vervanging toe zijn, het krioelt er van de auto’s en ook hoor ik hier, voor het eerst in Japan, (regelmatig) de sirenes van ambulances.

Aioi-dori Avenue: een impressie van het straatbeeld van Hiroshima. In het midden van de foto tramlijn 3 naar Nishi-Hiroshima.

Begin van de middag keren we terug bij het hotel waar we onze koffers ophalen. Met tram keren we terug naar het Shinkansen- station van Hiroshima en vanaf daar reizen we met overstap in Shin-Tosu naar Nagasaki, waar we drie nachten in een hotel verblijven. Het is al laat als we in Nagasaki aankomen. Die avond eten we in de haven van Nagasaki met uitzicht op een verlicht zeilschip.

Verlicht zeilschip in de haven van Nagasaki.

Na het eten doen we nog een drankje in een café genaamd de Flying Horse. Vier Japanners spelen live Amerikaanse rock-nummers voor ons. Niet typisch Japans (zoals wel meer in Nagasaki), maar wel leuk om te zien!

Dag 10: Miyajima

Vanuit Hiroshima maken we een daguitstapje naar Miyajima. De veerboot die in 10 minuten van Miyajimaguchi naar Miyajima vaart zit bij de JR-railpas inbegrepen. Helaas staat de hoofd-attractie van Miyajima, de iconische rode tori die op de voorkant van veel Japan-reisgidsen is afgedrukt, in de steigers. Maar ondanks dat schijnt het eiland nog steeds de moeite waard te zijn. Ik ben benieuwd!

Deel van de Itsukushima Shrine in de baai van Miyajima bij vloed.

Langs de kade lopen we naar de baai van Miyajima waar de Itsukushima Shrine ligt. Het is vloed en daardoor lijkt de shrine bijna op het water te drijven. Een monnik is bezig om een pad van houten vlonders te leggen waardoor toeristen, zonder natte voeten te krijgen, de shrine kunnen bezichtigen. We lopen verder het dorpje in, waar een mooie pagode boven de huizen uitsteekt. In het dorpje komen we ook nog een bruidspaar tegen. Hun kleding is niet super traditioneel, maar het is wel leuk om te zien.

Brug in het Momijidani Park op weg naar de Miyajima Ropeway

Via het Momijidani Park lopen we naar de voet van de Miyajima Ropeway: een tweetal kabelbanen (8p en 30p) die je in ongeveer een kwartier naar 430 meter hoogte brengen. Het uitzicht over Hiroshima, de omgeving van Hiroshima en de omliggende eilanden is adembenemend. En dan te bedenken dat dit nog niet eens het hoogste punt is. In een iets meer dan halfuur durende wandeling, waar we eerst een stuk moeten afdalen en dan een flink stukken moeten klimmen, komen we uiteindelijk op 535 meter hoogte.

Uitzicht vanaf het Shishi-Iwa uitzichtspunt, 430 meter boven zeeniveau. Links in beeld zie je het aankomststation van de kabelbaan.

Vanaf het uitzichtspunt bovenop Mt. Misen waar we nu zijn, kunnen we het hele eiland overzien. Het is de perfecte spot om onze meegebrachte broodjes op te eten. Er zijn niet alleen mensen die de top hebben bereikt, ook een hert (Miyajima zit er vol mee) heeft de klim gemaakt. We gaan terug naar beneden. Niet met de kabelbaan, maar te voet. We nemen de Daisho-in afdaling, een flinke tocht van zo’n 1,5-2 uur. Het is een prachtige wandeling met veel natuur, kleine waterstroompjes en mini-tempeltjes.

Graftombe (?) onder de Daishi-do Tempel op het terrein van Daisho-in.

Aan de voet van de Daisho-in afdaling, aan de rand van het dorpje Miyajima, ligt de Daisho-in tempel. De Daisho-in is wat mij betreft al reden genoeg om een uitstapje te maken naar Miyajima. Ik heb tot nu toe al best wel wat tempels gezien op mijn Japan-reis, maar Daisho-in weet de verwachtingen te overtreffen! Daisho-in bestaat uit vier tempels: Daishi-do, Mainden Hall, Chokugan-do en Kannon-do. Onder de Daishi-do tempel ligt een hal, ik vermoed een soort graftombe, met duizenden lantaarns aan het plafond die een grimmige geel-oranje kleur geven aan de ruimte.

Kronkeling pad bij de ingang van Daisho-in met honderden stenen beelden met gekleurde mutsen.

Op de trappen naar de Mainden Hall zitten cilindervormige kokers met Japanse teksten die je kunt draaien bij het op- of aflopen van de trappen. Ik vermoed dat het geluk zou brengen als je ze allemaal laat draaien. Bij de Onarimon gate zit een grote bel die je met een houten stronk aan kunt slaan (1x per persoon). Bij het afdalen van de Daisho-in had ik deze bel al verschillende keren gehoord. Nu ik hier zelf ben, kan ik het niet laten om de bel zelf ook een keer te laten luiden. Ik loop terug naar de ingang van Daisho-in, via een andere route. Dit kronkelige pad terug naar de ingang staat vol met stenen beeldjes. Elk beeldje heeft een gekleurde muts. De beelden lijken op mutskleur gesorteerd te zijn, waardoor je het idee hebt door een regenboog van gekleurde mannetjes te lopen.

Deel van de Itsukushima Shrine in de baai van Miyajima bij eb.

Het is inmiddels al weer laat en we besluiten terug te keren naar Hiroshima, maar niet voor ik nog één keer een foto heb gemaakt van de Itsukushima Shrine op de zelfde plek als vanochtend. Voor de lezers van mijn blog: zoek de verschillen met de foto boven op deze pagina 😉 Die avond eten we nog een keer Okonomiyaki in het centrum van Hiroshima.

Dag 9: naar Hiroshima

Een van de twee watervallen aan de Nakasendo. O-taki of Me-taki, ik weet niet welke welke is.

Na een simpel maar lekker ontbijtje in de minshuku beginnen we vandaag aan de laatste etappe van de Nakasendo. Er staat een lange dag voor de boeg, want deze reisdag brengt ons uiteindelijk naar Hiroshima. Ook het tweede deel van de Nakasendo is een prachtige wandeling door natuur. Na nog geen half uur lopen bereiken we de O-taki en Me-taki waterval (mannelijke en vrouwelijke waterval) die, zo blijkt achteraf, de setting vormen van een romantisch verhaal van schrijver Eiji Yoshikawa tussen een zwaardvechter en zijn geliefde.

Uitzicht op de bergen vanaf uitzichtspunt bij Magomejuku, net voor we afdalen naar Magome

Even verderop bereiken we een tussenstop: een schuur-achtig theehuis waar je een kopje groene thee kunt drinken in ruil voor een vrijwillige donatie. Ook ik probeer een kopje thee, maar kom tot de conclusie dat ik nog steeds geen thee-drinker ben. We lopen verder. Na een wandeling van zo’n twee uur bereiken we een prachtig uitzichtspunt (zie foto) met uitzicht over de bergen.

Impressie van Magome. Door het tijdstip waarop we Magome bezoeken (in de ochtend) is het hier gelukkig iets rustiger dan in Tsumago.

Niet lang daarna wandelen we Magome binnen. Een dorpje vergelijkbaar met Tsumago: veel souvenirwinkeltjes en kleine musea. In tegenstelling tot Tsumago, wat in een dal ligt, ligt Magome tegen een berg aan. Na een softijsje met corn-flakes en chocoladesaus wandelen we langzaam door Magome naar beneden tot we bij de busstop aan komen. Vanaf daar nemen we de bus naar Nakatsugawa en met twee overstappen reizen we naar Hiroshima, bekend van de atoombom. We checken in het hotel waar we de komende twee nachten zullen verblijven.

Een wegrijdende Shinkansen op station Shin-Kobe, een van de overstapstations op deze reisdag.

De culinaire specialiteit van Hiroshima is okonomiyaki: een Japanse pannenkoek gemaakt van beslag, ei, koolsla, ramen en reepjes varkensvlees en in mijn geval extra kaas! 🙂 De gids leidt ons naar de 4e verdieping van een gebouw. Daarbinnen zitten zo’n 10-tal okonomiyaki-restaurantjes met de entourage van een Lidl. Op krukjes zit je recht aan de bakplaat waar de okonomiyaki voor je wordt bereid.

Restaurantje in Hiroshima. Twee japanners bereiden op de bakplaat voor onze neus de Okonomiyaki.

De grote meerderheid van de groep duikt een kroeg in om nog een biertje (of sake) te drinken. Zelf, keer ik met een groepje reisgenoten terug naar het hotel, maar niet voor we een tussenstop hebben gemaakt bij een festival dat schuin tegenover het hotel wordt gehouden. Onder het genot van typisch Japanse muziek, bewegen een viertal slangvormige draken over het toneel. Even later verschijnt er een gemaskerde krijger op het toneel. Met zijn zwaard gaat hij het gevecht aan met de draken, die ineens ook vuur blijken te kunnen spuwen. En natuurlijk wint de krijger uiteindelijk het duel.

Ontwerp een vergelijkbare site met WordPress.com
Aan de slag