Dag 8: naar Tsumago

We gaan vandaag al vroeg op pad. Met een taxi-busje worden wij en onze bagage naar het station van Yudanaka gebracht. Daar aangekomen blijkt dat de eigenaar van de ryokan en de gastvrouw achter ons aan zijn gereden om ons op het station uit te zwaaien. Zo lief! Ik heb ze hartelijk bedankt (arigato) voor hun gastvrijheid de afgelopen dagen. Met de trein rijden we door een prachtig berglandschap, een rit die zo opgenomen zou kunnen worden in een aflevering van Rail Away (als dat nog niet is gebeurd). Uiteindelijk komen we aan in Nagiso. Onze bagage wordt in een busje alvast naar de accommodatie gebracht.

Oude stoomlocomotief op station Kiso-Fukushima, een van de drie overstapstations tijdens onze reis naar Nagiso.

Zelf beginnen wij aan de eerste etappe van de Nakasendo: een oude postroute van Tokyo naar Kyoto. Het is een wandeling van ongeveer een uur, maar wel met veel hoogteverschillen. Het is een prachtige wandeling die moeilijk in woorden valt vast te leggen. Na elke knik in de weg zie je weer iets nieuws: eerst loop je een stukje langs een bamboe-bos, dan kom je door een klein bergdorpje, het volgende moment loop je langs een berg met een waterval en ook kom je geregeld kleine tempeltjes en shrines tegen.

Kleine shrine aan de Nakasendo.

Ik doe de wandeling op mijn tweede paar schoenen want mijn eerste paar is nog steeds nat van de regen twee dagen geleden. Vandaag is het gelukkig weer stralend weer. We komen langs een rijstveld, dit is de eerste keer dat ik er eentje zie van zo dichtbij. Japanners gebruiken rijst ook om sake van te maken, wat onder de reisgenoten veel wordt gedronken. Ik neem zelf liever een sapje.

Rijstveld aan de Nakasendo, op de achtergrond liggen enkele typisch Japanse huisjes.

Uiteindelijk komen we aan in Tsumago: een oud-Japans dorpje met een Zaanse Schans vibe, maar dan Japans. Het is in ieder geval behoorlijk toeristisch. Veel van de toeristen komen met touringcars, maar daarmee is wat mij betreft een groot deel van de ervaring weg: het hele idee dat je een stuk van de postroute aflegt en dan na een uren-durende wandeling aankomt in een klein liefelijk dorpje, moe en hongerig (oké, ik overdrijf misschien een beetje…) Ik ben in ieder geval snel uitgekeken op de souvenirshops van Tsumago en klim de berg op om een kleine shrine te bezoeken, dan gaan we verder.

We overnachten in een minshuku in Otsumago, een dorpje van zo’n 11 huisjes, nog een half uur wandelen van Tsumago vandaan. Een minshuku is ook weer een accomodatie in Japanse-stijl, maar veel eenvoudiger dan de ryokan waar we in Yudanaka overnacht hadden. Waar je een ryokan zou kunnen vergelijken met een familiehotel, is een minshuku meer vergelijkbaar met een herberg.

Dag 7: Yudanaka

Met de bus trekken we vanuit Yudanaka nog dieper de bergen in. Leuk feitje is dat ze in Japan juist achter in de bus instappen. Je trekt dan een kaartje met het haltenummer waar je bent ingestapt. Bij het einde van de rit betaal je pas. De bestemming van de bus is Hasuike (1480 m). In de winter is dit een ski-resort, maar eind-oktober kun je er prachtig wandelen. Op deze hoogte zijn de herfstkleuren al doorgebroken.

Begin van de Shimizushindo Trail. Uitzicht op de ski-pistes. Deze foto is zelf ook vanaf een ski-piste genomen. Links in beeld zijn de steunpalen van een stoeltjeslift te zien.

Op advies van de reisleidster besluit ik in eerste instantie de Shimizushindo Trail te lopen. Al snel blijkt het dat dit niet de meest makkelijke wandeling is. De route staat niet duidelijk aangegeven, waardoor we een halve ski-piste af lopen om vervolgens tot de conclusie te komen dat we toch boven een ander pad in hadden moeten slaan. Vervolgens gaat de route over spekgladde (door de regen van gisteren) en niet altijd even stevig-uitziende knuppelbruggetjes, tussen een bergwand en afgrond van een paar meter diep. Ik heb er spijt van dat ik mijn bergwandelschoenen thuis heb gelaten.

Voetje-voor-voetje schuifelen we richting de eerstvolgende kruising met de hoofdweg. Een deel van de groep gaat door, maar samen met de reisleidster en één andere reisgenoot besluiten we om rechtsomkeert te maken. We nemen een lift op de achterbank van een vriendelijk Japans echtpaar. Vanaf het startpunt van die ochtend, besluiten we samen met een groepsgenoot die al eerder was afgehaakt een andere wandeling, de Sunshine Trail, te lopen. Achteraf gezien een goede keuze. De herfstkleuren zijn hier volop aanwezig: geel, oranje, bruin en een diepe kleur rood. De route loopt rond de Biwa-ike Pond, een prachtig helderblauw meer.

Houten bedjes op de top van Mt. Asahiyama

We wijken van de route af om naar de top van Mt. Asahiyama te klimmen. Bijzonder vind ik de houten bedjes die op de top van de berg staan (zie foto). Het doet me denken aan een aflevering van Tokidoki van Paulien Cornelisse die ik ter voorbereiding van mijn Japan-reis heb gezien. Hierin ging het over het woord ‘Yugen’ wat het gevoel beschrijft waarbij je in stilte één wordt met de natuur. Dat gevoel heb ik helaas niet ervaren. Maar het uitzicht vanaf de top van de berg over het meer en de bergen was prachtig! Lang kunnen we er niet van genieten want de mist komt snel op zetten. Met de bus keren we terug naar Yudanaka, waar ik vlakbij de bushalte nog een mooie brug op de foto slinger.

Brug met rode reling. De dode meegesleurde boom onder in de rivierbedding zou nog een gevolg van de typhoon Hagibis kunnen zijn.

Vlakbij het hotel tref ik ook nog een leuke situatie aan: een setje eieren in een mandje die met warm water, dat ook voor de onsen worden gebruikt, worden gekookt. ‘Soft boiled egg’ voor 50 yen, omgerekend zo’n 40 eurocent. Het is dat ik geen ei-eter ben, anders had ik er zeker eentje gekocht. Voor we gaan eten probeer ik nog een keer een onsen, dit keer een publieke onsen. Het water van deze onsen is iets koeler dan in de onsen van het hotel, maar ik kom niet verder dan mijn knieën in het water.

Zacht gekookte eieren voor zo’n 40 eurocent, in een mandje kun je je geld achter laten. Er staat niemand bij om de eieren of het geld in de gaten te houden, dat gaat op basis van vertrouwen.

Het avondeten is weer voortreffelijk. De gastvrouw en de kok staan ons met een vriendelijke lach bij de eetzaal op te wachten en leggen in het Japans en met handen en voeten uit wat we vandaag te eten krijgen: o.a. een aubergine gevuld met een soort stroperige saus (verrassend lekker), een tempura garnaal, een flink stuk zalm (in aluminiumfolie) en een met gasbrander verwarmd schaaltje met daarin verschillende groenten. Na het eten gaan we naar een festival in de straat. Een paar oudere mannen laten zien hoe ze een toetje (waarvan ik de naam niet meer weet), een lokale specialiteit maken. Met hamers slaan ze een soort deeg aan in een tobbe. We mogen het zelf ook proberen en na afloop het toetje natuurlijk proeven: een soort smaakloze marshmallow, niet mijn favoriet maar wel leuk om geprobeerd te hebben. Na een paar potjes tafeltennis (dat kon daar ook) keer ik terug naar de ryokan. Morgen hebben we weer een flinke reisdag voor de boeg.

Het diner in de ryokan: met o.a. aubergine gevuld met stroop (rechts), tempuragarnaal (midden), zalm in aluminiumfolie (linksboven), kommetje met groente (links) en zoals altijd een kommetje witte rijst (buiten beeld).

Dag 6: Yudanaka

In de ochtend vertrekken we vanuit Tokyo met de Shinkansen naar Nagano, waar we overstappen op de ‘Snow Monkey Express’ naar eindstation Yudanaka, in het hart van een bergachtige streek die ook wel bekend staat als de Japanese Alps. Het is dan ook niet gek dat Nagano de locatie was van de Olympische Winterspelen van 1998. Hier is ook de schade te zien van de tyfoon Hagibis die een week voor mijn aankomst in Tokyo over Japan trok: het rivier water is bruin, verzadigd van de modder, bomen zijn uit de grond gerukt en akkers en velden aan de rand van de rivier zijn verwoest. Na de tyfoon heeft het treinverkeer op deze lijn een paar dagen stil gelegen, maar nu rijdt de trein gelukkig weer!

Drie makaken (snow monkeys) in het Snow Monkey Park boven in de bergen van Yudanaka.

Het weer is omgeslagen en het regent nu hard. Ik besluit een paraplu te kopen, een item dat ik mijn hele reis meesleep, maar na vandaag nooit meer hoef te gebruiken. Ondanks de regen gaan we naar het Snow Monkey Park in de bergen bij Yudanaka. Door de tyfoon is de onsen (warmwaterbad) waar de mamaken met koud weer in badderen, verwoest, dus dit kunnen we helaas niet meemaken. Wel hebben we geluk met het tijdstip waarop we aankomen: de apen worden net gevoederd, dus het krioelt van de sneeuwaapjes.

Jonge makaken blijven dicht bij hun moeder en rijden op haar rug mee. In dit bijzondere geval draagt de moeder zelfs twee kinderen op haar rug.

Erg foto-geniek zijn de apen overigens niet. Ze zitten amper stil en door hun bruine vacht zijn ze soms moeilijk te onderscheiden van rotsblokken. Na het bezoek aan Snow Monkey Park keren we door de regen terug naar het dorp. Die avond slapen we in een ‘ryokan’ een traditioneel Japans familiehotel, waar je je schoenen bij de deur uit moet doen. De kamers zijn voorzien van tatami-matten en je slaapt en zit op de grond. Ook hebben de meeste ryokans een gedeelde onsen (dit keer niet voor apen maar voor mensen). In de ryokan en tijdens het eten draag je een yukata, een typisch Japans gewaad dat het best valt te vergelijken met een badjas.

Onze kamer in de ryokan in Yudanaka.

Ontbijt en avondeten is inclusief bij deze accommodatie. We eten een typisch Japanse maaltijd: een pot met vlees en groenten die met een brandertje ter plekke wordt verwarmd. Verder zijn er verschillende bordjes met o.a. tempura (garnalen en stukjes groenten, gefrituurd), vis, zure groenten en natuurlijk kunnen een kom rijst en een soepje bij de maaltijd niet ontbreken. Na het eten breng ik een bezoekje aan de onsen. De onsen zijn overigens niet bedoeld om je te wassen! Eerst moet je de douche gebruiken en pas als je schoon bent mag je het bad in. Helaas is deze onsen veel te warm en kom ik niet verder dan mijn teen 2 seconden onder water te houden.

Dag 5: Tokyo

Een groepje reisgenoten besluit vandaag (een hele dag!) naar Akihbara, het anime-district, te gaan. Op dag 3 ben ik hier al geweest, maar ik weet dat ik daar nog lang niet alles gezien heb, dus ik ga met ze mee. Ik denk alleen niet dat ik het een hele dag vol ga houden. Heel Akihabara staat vol met arcades: gebouwen 4 à 5 verdiepingen hoog, vol met spelletjesautomaten, grijpkasten en gokautomaten. Voor de gebouwen open gaan, staan er al een aantal Japanse jongeren voor de deur te wachten. Zodra het rolluik opent, stipt om 9 uur, stormen ze naar binnen om hun favoriete game te spelen.

Gamehal in Akihabara. Net nadat ik de foto heb gemaakt komt er een medewerker die naar me gebaart dat ik hier geen foto’s mag maken. Hopelijk lezen ze deze blog niet!

Ook zijn er in Akihabara veel winkeltjes. Op de begane grond wordt vaak electronica verkocht (laptops, tablets, smartphones, scheerapparaten etc.). Op de eerste verdieping zie je dan vooral games, zowel nieuwe PC-games als oude retro-games. Vanaf de tweede verdieping begint de anime-gekte. Deze verdieping staat vol met anime dvd’s, speelkaarten en action-figures. Op de hogere verdiepingen hangt een gordijntje met 18+ erop en zie je diezelfde anime-figuren maar nu zonder kleren. Ga je nog hoger dan zijn het opeens geen anime-poppetjes meer. Je begrijpt vast wel dat ik in dit soort winkels ook geen foto’s heb kunnen/mogen maken.

Kattencafé in Akihabara

Aan het eind van de ochtend hebben we ook nog een katten-café bezocht in Akihabara. Ook dit is iets dat je écht alleen maar in Japan ziet: onder het genot van een drankje mag je naar binnen in een huiskamerachtige setting en kun je met de aanwezige katten spelen, knuffelen en ze (tegen bijbetaling) snoepjes geven. De katten lijken het allemaal wel prima te vinden en kijken niet op van de extra aandacht die ze krijgen. Er was ook nog een uil- en egel-café (zelfde soort concept), maar die heb ik niet meer bezocht.

Yamatoya Grocery Store, in de erker aan de rechterkant werden sigaretten verkocht.

Ik neem afscheid van de drie anime-fans en ga in mijn eentje naar het Edo-Tokyo Open Architectural Museum, in een van de buitenwijken van Tokyo. Een attractie die oorspronkelijk niet op de planning stond maar werd aangeraden vanuit het in-flight entertainment system van KLM. Ik ben heel blij dat ik hier naar toe ben gegaan. Het is oud-Japans dorpje met woonhuizen, winkels en een badhuis, nagebouwd uit de laat-19e en vroeg-20e eeuw. Je mag overal naar binnen om het interieur te bekijken en zo ervaren hoe het leven in Japan er vroeger uit heeft gezien. Wel moet je vaak je schoenen uit trekken. Een echte aanrader voor iedereen die van architectuur en/of geschiedenis houdt!

Oude tram wagon die tot 1963 door Tokyo heeft gereden.

Die avond doe ik iets minder Japans en eet ik een hamburger met frietjes bij MOS Burger, een soort van MCDonalds. Wel een Japanse keten, dat dan weer wel!

Dag 4: Tokyo

Vlakbij ons hotel, in de wijk Shiodome, liggen de Hamarikyu Gardens. Deze tuinen zijn een welkome afwisseling tegenover de hectiek van het stedelijke Tokyo. In de tuin ligt een grote vijver met aan de rand van de vijver enkele paviljoen-achtige gebouwen. In het midden van de vijver ligt een eiland met een theehuis, verbonden met houten bruggetjes. Zo’n theehuis zie je overigens bij meer Japanse tuinen. Wat mij vooral aanspreekt is het contrast op de foto’s die ik maak, tussen het park-achtige landschap op de voorgrond en de bosjes wolkenkrabbers van Shiodome op de achtergrond van de foto.

Uitzicht vanuit een heuvel aan de rand van Hamarikyu Gardens. In het midden van de foto is het theehuis te zien.

Vanuit Hamarikyu Gardens nemen we een ‘river cruise’ naar Asakusa met een steampunk-achtige boot over de Sumida rivier. Dit biedt wat verkoeling, want in tegenstelling tot de vorige dag is het vandaag stralend weer en maar liefst 24 °C. We varen eerst nog een stukje de verkeerde kant op om andere passagiers op te pikken. Daarmee hebben we uitzicht over de Rainbow Bridge, een brug tussen het vaste land en het Canary Wharf-achtige havenfront van Tokyo. We zijn deze brug gisteren ook al overgestoken op weg naar het Borderless Museum, maar door de beslagen ramen was er toen weinig van de brug te zien.

Rainbow Bridge, gefotografeerd vanuit de River Cruise tussen Hamarikyu Gardens en Asakusa.

In Asakusa hebben we een vroege lunch in een sushi-restaurant. In tegenstelling tot wat veel westerlingen denken draait het in Japan écht niet alleen om sushi. Sushi-restaurants in Japan zijn ongeveer net zo gewoon als in Nederland en veel minder gewoon dan bijvoorbeeld ramen- of yakitori-restaurantjes. Maar als je dan een sushi-restaurant in Japan hebt weten te vinden is de sushi wel voortreffelijk! De sushi cirkelt rond in schaaltjes op een lopende band. Je kunt pakken wat je wilt en aan het eind telt de serveerster het aantal schaaltjes en bepaalt zo de prijs van de rekening.

Senso-ji

Na de lunch gaan we naar Senso-ji, de nummer één bezienswaardigheid van Tokyo, maar daarmee ook verschrikkelijk toeristisch. Aan de straat staat een grote rode poort, met een rode lampion. Daarna volgt een smalle straat met allemaal souvenir-kraampjes. Aan het einde staat een schaal met wierook stokjes, dan volgt nog een poort (zie foto) en vervolgens de tempel zelf. De Japanse tempels hebben vaak een gouden altaar met een of meerdere beelden, een aantal offerschalen en veel bloemen. Als bezoeker wordt je met een gaasje op een veilige afstand gehouden.

Het altaar van Senso-ji. Bij veel tempels en shrines mag het altaar niet gefotografeerd worden. Hier mocht dat wel gewoon, of ik heb een bordje gemist.

Vanuit Senso-ji breng ik in mijn eentje een bezoekje aan de Meji-Shrine. De Meji-Shrine ligt midden in het Yoyogi-park, een bos-achtige omgeving in de buurt van Shibuya. Grote houten tori markeren het pad dat je moet lopen om bij de shrine te komen. Vlakbij de ingang van de shrine staat een grote houten bak. Met schepjes kun je hier water uit scheppen om jezelf te reinigen voor je de shrine bezoekt. Na mijn bezoek rust ik uit in het Yoyogi-park. ’s Avonds eten we Udon (dikke noodles) in Roppongi, de uitgaanswijk van Tokyo.

Eén van de houten tori op weg naar de Meji Shrine.

Dag 3: Tokyo

Het regent. Om te schuilen gaan we met de groep in de ochtend naar het Borderless Museum. Het lijkt een beetje op Glow in Eindhoven, maar dan overdekt: een museum met zalen vol lichtschilderingen en verlichte objecten. In de ene zaal loop je door een wereld van zonnebloemen, de volgende zaal hangt vol met blauwe lichtsnoeren die een soort kristal-achtige vibe geven, weer een andere zaal staat vol met leliebladeren op dunne stelen, waarop herfstbladeren worden geprojecteerd.

‘Forest of the Resonating Lamps’, een impressie van één van de zalen in het Borderless Museum.

Begin van de middag gaan we richting het district Ueno waar we een hapje eten in een (blijkt achteraf) Koreaans restaurant. Het eten zit in hete stenen potten en kookt nog na terwijl wij het opeten. Een deel van de groep gaat naar het Tokyo National Museum, maar het is inmiddels droog geworden en samen met drie anderen besluit ik naar de dichtbijgelegen Nezu Shrine te lopen. Het valt vooral op hoeveel vending machines we onderweg tegenkomen. Op bijna elk hoek van de straat staat er wel eentje die o.a. flesjes water, cola en sportdrankjes verkoopt. In Nederland zouden die dingen zwaar te lijden hebben onder vandalisme, in Japan kan het gewoon.

Aan de rand van de Nezu Shrine ligt een lang pad met rode poorten (‘tori’). Op de achterkant van de tori staat de naam van een persoon/bedrijf die een donatie heeft geleverd aan de shrine. Hoe groter de tori, des te groter de donatie.

De meeste shrines en tempels in Japan bestaan niet uit slechts één gebouw, maar beslaan een groter gebied of tuin met een ‘main’ shrine of tempel en verschillende kleinere subtempels en shrines. Dit geldt ook voor de Nezu Shrine. Aan de zijkant van de Nezu Shrine ligt een pad met een stuk of 100 à 200 rode poortjes, ‘tori’. Het is alvast een voorproefje van wat we in Kyoto zullen gaan zien. Het terrein is extreem rustig. De Nezu Shrine ligt verstopt achterin een woonwijk ver van de metrostations en dat betekent dat er nauwelijks toeristen komen. Het is een geheim plekje dat ik niet had willen missen. Bij de Nezu Shrine zelf kun je in een naast gelegen winkeltje een houten bordje kopen waarop je een wens kunt zetten en die kun je dan vervolgens bij de tempel achterlaten.

Lange rijen met houten hangertjes waarop wensen geschreven zijn, net naast de Nezu Shrine.

Na de Nezu Shrine besluiten we een bezoekje te brengen aan Akihabara, het anime-district, we zijn immers toch in de buurt. We lopen naar de metro en met overstap komen we aan bij de rand van Akihabara. Aan een lange straat staat een groot aantal hoge gebouwen met daaraan videoschermen die trailers voor populaire anime-series tonen. De begane grond van de gebouwen staat vaak vol met grijpkasten. Ook staat er om de honderd meter een meisje in een kort, schattig (‘kawaii’) jurkje. Deze ‘dienstmeisjes’ delen flyers uit voor zogenaamde maid cafés waar je je door de dienstmeisjes kan laten bedienen.

Pikachu-grijpkast in Akihabara. Een van de groepsgenoten heeft er een paar 100 yen ingegooid, maar helaas vandaag geen prijs!

Bij een bezoek aan Tokyo, kan een bezoekje aan de bekende Shibuya Crossing niet missen. Shibuya Crossing is het drukste kruispunt ter wereld. Om de zoveel tijd springt het voetgangerslicht op groen en dan kunnen mensen in alle richtingen (en zelfs diagonaal!) de kruising oversteken. Zelf zijn we ook overgestoken en in de nabijgelegen winkelstraat hebben we een Yakitori-restaurantje opgezocht.

Shibuya Crossing. Op de eerste verdieping van het tegenover het station Shibuya liggende gebouw zit een Starbucks. Ik ben benieuwd hoeveel bezoekers deze koffiezaak per dag krijgt te verwerken.

Dag 2: Tokyo

Op vliegveld Narita worden we, zoals dat alleen in Japan kan, welkom geheten door muurschilderingen van Mario, Luigi, Donkey Kong en andere karakters van Nintendo (sorry, geen foto gemaakt). De luchthaven staat in de steigers, ter voorbereiding van de Olympische Spelen 2020, iets wat we tijdens deze reis nog vaker zullen meemaken. Nadat ik mijn koffer heb, maak ik kennis met de andere groepsgenoten en de reisleidster. Narita ligt zo’n 60 kilometer van Tokyo vandaan en dus moeten we eerst anderhalf uur met een ‘through train’, een sneltrein die vanaf een van de grote stations als metro verder de stad in rijdt. Eerste indrukken van Japan? Eigenlijk best wel vergelijkbaar met Nederland: elke m² van het buitengebied van Tokyo heeft een bestemming. Langzaam dringen we de stad binnen: een eindeloos landschap van semi-modern ogende flats, afgewisseld met traditionele houten huisjes. En veel zonnepanelen!

Mijn eerste Japanse maaltijd: Tonkatsu (Japanse schnitzel), witte rijst, miso soup en een soort ingedroogde augurkjes.

En dan zijn we bij Shimbashi: er volgt een lange tocht door een ondergronds gangenstelsel naar de, eveneens ondergrondse, ingang van het hotel. Daar laten we onze bagage achter. Tijd voor lunch. Mijn eerste Japanse maaltijd is een Tonkatsu (een soort schnitzel) met witte rijst, miso soup en, ik denk, ingedroogde augurkjes? Na de lunch laat de reisleidster ons het centraal station van Tokyo zien. Volgens haar als twee druppels water met het station van Amsterdam. Ik vind de gelijkenissen ver te zoeken, maar het station is zeker niet typisch Japans.

Het centraal station van Tokyo. De twee torentjes vallen net buiten beeld.

Daarna keren we terug naar het hotel om in te checken. In Japan gaat de zon vroeg onder. Rond half vijf begint het al te schemeren en zes uur is het donker. Daarentegen is het om half zeven ’s ochtends alweer klaarlicht. Japan doet niet aan zomertijd. Het tijdsverschil met Nederland is nu nog 7 uur, maar wordt 8 uur nadat in Nederland, komend weekend, de klok wordt verzet. In de avond gaan we naar het Tokyo Government Building. Een gebouw met twee hoge torens. Op de 45e verdieping ligt een observatiedek dat gratis is te bezoeken. Vanaf 202 meter hoogte hebben we een prachtig uitzicht over de skyline van Tokyo. Er komt geen einde aan de zee van lichtjes, zo groot is de agglomeratie van Tokyo.

Uitzicht op de skyline van Tokyo vanuit het Tokyo Government Building: een eindeloze zee van lichtjes. Negeer de weerspiegeling bovenin de foto.

We dineren in Omoide Yokocho, een smal steegje met kleine eettentjes dat beter bekend staat als ‘Piss Alley’, vanwege het ontbreken van toiletten in de kleine eetgelegenheden. In zo’n zaakje passen ca. 12 personen. Op krukjes zit je aan de bar waar het eten, in dit geval vooral yakitori (vleesspiesjes), voor je neus wordt klaargemaakt. Deze spiesjes reken je per stuk af. Daarnaast betaal je in veel Japanse restaurants een kleine ‘service fee’, daarvoor krijg je een nat doekje om je handen schoon te maken en kun je onbeperkt water en/of groene thee drinken.

Omoide Yokocho: een smal steegje waar je yakitori (vleesspiesjes) kunt eten.

Op de terugweg naar het hotel maken we nog een tussenstop bij Harajuku. De straat Takeshita Dori, die hier ligt, is overdag het middelpunt van de Japanse jeugdmode en cosplay cultuur. Daar is ’s avonds helaas niet meer zo veel van te zien. Wel kun je hier in de avond prima terecht voor een toetje. De crêpes, gevuld met fruit en ijs, lijken mij net iets té zoet en ik neem zelf genoegen met een softijsje van de Mac.

Een van de vele etalages in Takeshita Dori waar plastic namaak-versies van de crêpes worden uitgestald.

Dag 1: vertrek Schiphol

Vandaag begon mijn 3-weekse groepsreis naar Japan met Sawadee. In de vertrekhal neem ik afscheid van papa en mama. De douane ging soepel en binnen no-time was ik bij de gate. Daar stond het vliegtuig al klaar. Mede-reizigers nog nergens te bekennen, wel veel Japanners!

De Boeing 777-300 ER die mij van Schiphol Airport (AMS) naar Tokyo Narita Airport (NRT) gaat brengen

Het drie uur wachten bij de gate ging relatief snel voorbij en het boarden kon beginnen. Beetje bij beetje begin ik ook steeds meer mede-reizigers te spotten die met hun handbagage voorzien van Sawadee-labels in de rij aansloten. In het vliegtuig leer ik enkelen van hen alvast kennen, onder wie ook mijn kamergenoot voor de komende drie weken. De Boeing 777-300 ER taxiet naar de Polderbaan en stijgt op. De 11 uur lang durende vlucht is begonnen! Over Nederland, Duitsland, Denemarken, Zweden, Finland, Rusland en een stukje China vliegen we naar luchthaven Narita bij Tokyo in Japan.

Ontwerp een vergelijkbare site met WordPress.com
Aan de slag