Op vliegveld Narita worden we, zoals dat alleen in Japan kan, welkom geheten door muurschilderingen van Mario, Luigi, Donkey Kong en andere karakters van Nintendo (sorry, geen foto gemaakt). De luchthaven staat in de steigers, ter voorbereiding van de Olympische Spelen 2020, iets wat we tijdens deze reis nog vaker zullen meemaken. Nadat ik mijn koffer heb, maak ik kennis met de andere groepsgenoten en de reisleidster. Narita ligt zo’n 60 kilometer van Tokyo vandaan en dus moeten we eerst anderhalf uur met een ‘through train’, een sneltrein die vanaf een van de grote stations als metro verder de stad in rijdt. Eerste indrukken van Japan? Eigenlijk best wel vergelijkbaar met Nederland: elke m² van het buitengebied van Tokyo heeft een bestemming. Langzaam dringen we de stad binnen: een eindeloos landschap van semi-modern ogende flats, afgewisseld met traditionele houten huisjes. En veel zonnepanelen!

En dan zijn we bij Shimbashi: er volgt een lange tocht door een ondergronds gangenstelsel naar de, eveneens ondergrondse, ingang van het hotel. Daar laten we onze bagage achter. Tijd voor lunch. Mijn eerste Japanse maaltijd is een Tonkatsu (een soort schnitzel) met witte rijst, miso soup en, ik denk, ingedroogde augurkjes? Na de lunch laat de reisleidster ons het centraal station van Tokyo zien. Volgens haar als twee druppels water met het station van Amsterdam. Ik vind de gelijkenissen ver te zoeken, maar het station is zeker niet typisch Japans.

Daarna keren we terug naar het hotel om in te checken. In Japan gaat de zon vroeg onder. Rond half vijf begint het al te schemeren en zes uur is het donker. Daarentegen is het om half zeven ’s ochtends alweer klaarlicht. Japan doet niet aan zomertijd. Het tijdsverschil met Nederland is nu nog 7 uur, maar wordt 8 uur nadat in Nederland, komend weekend, de klok wordt verzet. In de avond gaan we naar het Tokyo Government Building. Een gebouw met twee hoge torens. Op de 45e verdieping ligt een observatiedek dat gratis is te bezoeken. Vanaf 202 meter hoogte hebben we een prachtig uitzicht over de skyline van Tokyo. Er komt geen einde aan de zee van lichtjes, zo groot is de agglomeratie van Tokyo.

We dineren in Omoide Yokocho, een smal steegje met kleine eettentjes dat beter bekend staat als ‘Piss Alley’, vanwege het ontbreken van toiletten in de kleine eetgelegenheden. In zo’n zaakje passen ca. 12 personen. Op krukjes zit je aan de bar waar het eten, in dit geval vooral yakitori (vleesspiesjes), voor je neus wordt klaargemaakt. Deze spiesjes reken je per stuk af. Daarnaast betaal je in veel Japanse restaurants een kleine ‘service fee’, daarvoor krijg je een nat doekje om je handen schoon te maken en kun je onbeperkt water en/of groene thee drinken.

Op de terugweg naar het hotel maken we nog een tussenstop bij Harajuku. De straat Takeshita Dori, die hier ligt, is overdag het middelpunt van de Japanse jeugdmode en cosplay cultuur. Daar is ’s avonds helaas niet meer zo veel van te zien. Wel kun je hier in de avond prima terecht voor een toetje. De crêpes, gevuld met fruit en ijs, lijken mij net iets té zoet en ik neem zelf genoegen met een softijsje van de Mac.

Leuk om je verhaal in een blog te lezen :-).
LikeLike