Vanmiddag rijden we met de bus terug naar Amman, maar voor het zo ver is hebben we nog even tijd om Akaba te verkennen. Er is geen programma. Eén van de eerste dingen die opvalt als je door Akaba rijdt is een enorme vlag die ver boven alle huizen wappert. Hij lijkt op de vlag van Jordanië, maar volgens Usama is dat ‘m niet, maar is het de vlag van de Arabische Revolutie. Ik besluit een stukje te wandelen met de vlag als doel. Ik loop een route langs het openbare strand, waar het extreem druk is voor een donderdagochtend. Opvallend veel locals, toeristen zie ik weinig. Echter wel veel mannetjes die ‘come here, glass boat, cheap’ roepen, als je erop in gaat kom je in een boot met een glazen bodem te zitten en kun je op die manier het koraal bewonderen. Ik pas, we hebben gisteren immers al de hele dag op de boot gezeten.

De vlaggenpost is snel bereikt. Er omheen wordt veel gebouwd / gerenoveerd en ik vraag me af of ik hier wel mag zijn. Het is nog nét niet alsof ik een bouwplaats ben opgelopen, maar het zit er wel in de buurt. Ik loop weer terug naar het hotel om me klaar te maken voor de terugreis naar Amman. Volgens groepsgenoten zou Fort Akaba hier ook nog ergens gelegen hebben, maar achteraf denk ik dat ik (per ongeluk) de ingang voorbij ben gelopen. Die avond eten we in een van de luxere restaurants van Amman. Het hoofdgerecht is toch weer een mixed grill. Die is me gisteren goed bevallen, dus waarom hier niet. Het toetje is fruit en kleine zoete hapjes. ‘Part of the experience’ is blijkbaar dat ze het fruit voor je op je bord snijden en dat je je eerste hapje gevoerd wordt. Ik vind het allemaal een beetje overdreven, maar goed. Die avond spelen we nog wat spelletjes in het hotel.

Ik slaap nog een nachtje in het hotel in Amman (waar we ook de eerste twee nachten verblijven). De volgende dag vliegen we terug. Maar ik ga over alleen de terugreis geen aparte blogpost meer schrijven. Daarmee komt mijn reis door Jordanië al weer ten einde. Het was een bijzondere reis, door een compleet ander landschap dan wat ik ooit gezien heb: droog, kaal en veel rotsachtiger dan ik had verwacht. De gids was oké, maar had de neiging om soms véél te véél feiten te vertellen en minder de ‘inside’ informatie die ik van een lokale tourguide zou verwachten. En de politieagent, zijn rol is me nog steeds een raadsel. In het begin kwam hij wat nors over, maar tijdens de reis verscheen er een steeds grotere glimlach onder zijn snor. De rit terug naar Amman zat hij onderuitgezakt tussen twee dames op de achterbank van de bus. Het tempo van de reis was véél te hoog, zeker in het begin, waar we van het een naar het ander hopten. Als we te veel treuzelden, riep Usama “Jalla! Jalla!”, wat Arabisch is en zoiets betekend als ‘let’s go’ of in het ergste geval ‘schiet op!’.
Als ik de reis opnieuw zou mogen maken zou ik één nachtje extra in Amman blijven om wat meer van Amman zelf te kunnen zien en de excursies naar Jerash en de Dode Zee over twee dagen te verdelen. Ook een extra nachtje in de Wadi Rum woestijn kan ik zeker aanbevelen. Akaba had wat mij betreft niet gehoeven, al gaf dat wel weer wat variatie aan de reis. Door het hoge tempo heb ik wél het idee dat ik alles heb gezien wat Jordanië te bieden heeft. Alle hoogtepunten in de woestijn! De Wadi Rum woestijn, het eten bij de familie in Petra en natuurlijk Petra zelf zijn mij het bij gebleven. Bedankt voor het lezen van mijn blog. Hopelijk hebben jullie genoten van mijn avonturen en wie weet, tot een volgende vakantie! 🙂






























