Om zes uur ’s ochtends gaat de wekker al. Van ‘vakantie’ en ‘uitslapen’ heeft onze tour guide duidelijk nog nooit gehoord. Om zeven uur vertrekt de bus: vandaag is de reisdag van Amman naar Wadi Musa (bij Petra). We zullen rijden over de zogenaamde ‘King’s Highway’. Stel je daar overigens niet al te veel bij voor. Veel meer dan een licht kronkelende 2×1 geasfalteerde N-weg is het niet. Onze eerste tussenstop is Mt. Nebo. Gisteren hebben we Mt. Nebo al zien liggen vanuit de bus op de terugweg van de Dode Zee naar Amman. Volgens de Bijbel was dit dé plek vanuit waar Mozes het Beloofde Land zag liggen. En wat betreft de tour guide de ultieme kans om in de busrit het hele Nieuwe Testament voor te lezen… oké, ik overdrijf een beetje, maar zo kwam het wel op mij over. Usama is moslim, maar als tour guide in Jordanië moet je, volgens hem, én de Koran én de Bijbel kennen (én het een en ander van archeologie weten, geologie, flora en fauna van Jordanië, etc…)

Behalve het uitzicht over de Dode Zee bestaat Mt. Nebo uit een kerkje met daarin en omheen vele mozaïeken. Het is op zich aardig om een keer gezien te hebben, maar ik ben er al weer snel uitgekeken. Niet veel later brengt Usama ons naar een souvenirwinkeltje waar je volgens hem, in tegenstelling tot bij Jerash, wél ‘made in Jordan’ souvenirs kunt kopen. We krijgen live een demonstratie hoe een groepje vrouwen en één man, met de hand, mozaïeken maken. Daarna rijdt de bus verder naar Madaba. Ook hier weer een kerk en verschillende mozaïeken. Een paar van onze vrouwelijke groepsgenoten krijgt bij de ingang van de kerk een lang kleed aangereikt die ze aan moeten trekken voor ze naar binnen mogen. Korte broeken en rokken zijn in religieuze gebouwen in Jordanië een taboe.

We rijden iets verder met de bus, waar Usama uitstapt om lunch te halen en Faresh, de politieagent, uitstapt om een sigaretje te roken. Wij blijven in de bus zitten. Het duurt minimaal een half uur voor de tour guide weer terug is. De winkel was gesloten omdat de eigenaar bezig was met zijn middaggebed. We rijden nog een stukje verder naar een uitzichtpunt over de Wadi Moujib (‘wadi’ is overigens Jordaans voor ‘vallei’). Daar nuttigen we picknick-style onze lunch: Khubz (pita) met hummus en falafel, komkommers en tomaten (uit het vuistje). Net iets te enthousiast zet in mijn tanden in een tomaat die over mijn broek uitsplasht. Die mag thuis meteen de was in!

In de middag komen we aan bij het Kerak castle, één oud, middeleeuws Kruisvaarders kasteel en wat mij betreft de highlight van vandaag. Dit kasteel telde ooit zeven verdiepingen, waarvan nu alleen nog de onderste paar (deels) in takt zijn. De crusaders van het ‘kingdom of Jerusalem’ verdedigen zich met dit kasteel tegen het leger van moslims onder leiding van Saladin. Terwijl je door het kasteel loopt krijg je een impressie van hoe ze hier leefden: de eetkamer, de keukens, leslokalen voor de kinderen. ’s Avonds komen we aan in Wadi Musa. Het avondeten is seekh kebab, omhuld door een dun laagje brood en geserveerd met frietjes en groenten. Daarna snel naar bed. De reisleider wil dat we om half 7 al (het wordt steeds vroeger!) klaar staan om richting Petra te gaan. Hoe eerder we vertrekken, des te meer tijd we hebben voor Petra!