Onze JR Rail Pass, die bij de reis inbegrepen was, is nog twee dagen geldig. Dat betekent dat we vanuit Kyoto nog een paar dagtrips kunnen maken. Vandaag staan Inari en Nara op het programma. We lopen van het hotel naar het station van Kyoto. Onderweg maken we nog een stop bij de Higashi-Honganji Tempel. Daar staat een fontein met een waterspuwende draak en een ‘oerboom’, die noch loofboom, noch naaldboom is, zo weet een mede-reisgenoot mij te vertellen.

De Fushimi Inari Shrine, of afgekort ook wel Inari (zoals het nabij gelegen station heet), ligt in Kyoto en staat bekend om de duizenden rode torii gates. Op sommige plekken staan de poortjes wat verder uit elkaar, op andere plekken staan de poorten zo dicht op elkaar dat het lijkt alsof je door een oneindige rode tunnel loopt. Het pad loopt omhoog een berg op naar de Yotsutsuji kruising en dan vanaf daar in een rondje terug naar het beginpunt. Onderweg komen we ook verschillende kleine shrines tegen met daarbij miniatuur-poortjes.

De rode poorten zijn natuurlijk al een attractie op zich, maar voor de dappere toeristen die iets verder lopen dan alleen de eerste tien poorten, volgt ook nog een prachtig uitzicht over Kyoto. Wat mij vooral opvalt is het enorme viaduct die het stedelijke landschap doorkruist. We keren terug naar het station van Inari en nemen de trein naar Nara. We lunchen vlakbij het station van Nara: gefrituurde stukjes kip, miso-soup, witte rijst en een paar smaakloze blokken tofu.

Nara staat bekend om de vele herten. Ze lopen overal los rond. Je ziet ze in de berm van wegen, bij de bushalte, hordes herten in het park en bij de toeristische attracties zijn er speciale bewakers die de herten op afstand proberen te houden. Echt vriendelijk zijn de herten overigens niet. In Miyajima liep een schooljongen met snoepjes, zodra het hert dat in de gaten kreeg, bleef hij de jongen herhaaldelijk kopjes geven. Drie keer raden waarom ze bij de herten het gewei hebben afgeknipt. Echt vriendelijk zijn de toeristen overigens ook niet. Een Amerikaans gezin laat een hert hun plattegrond opeten en daarna proberen ze bij het hert (met veel geweld) een zonnebril op te zetten. Had ‘ie toen nog maar z’n gewei gehad…

We gaan naar de Todaiji Tempel. De Daibutsuden (Big Buddha Hall) in het centrum van de tempel is gebouwd in 1709 en was tot 1998 het grootste houten gebouw ter wereld, maar is inmiddels door meerdere andere constructies ingehaald. Nietsvermoedend loop ik de tempel binnen en plotseling sta ik oog-in-oog met een 25-meter hoog bronzen Boeddha beeld. Het is indrukwekkend. Zelfs zijn hand is al hoger dan het lichaam van een mens. Als je aan de voet van het beeld staat, voel je je net een mier, zo klein.

Als we vervolgens aankomen bij de Kofukuji-Tempel heb ik een deja-vu moment. Is dat nou echt? Nee, ik heb het me niet ingebeeld. In Nagasaki hebben we ook al een Kofukuji-Tempel bezocht. Net als die in Nagasaki is ook deze Kofukuji-Tempel niet heel bijzonder, teminste niet als je nét de Todai-ji Tempel hebt bezocht. De vijf verdieping tellende pagode die ernaast staat vind ik wel bijzonder. Je komt wel meer pagodes tegen, maar nog nooit heb ik er eentje van zo dichtbij kunnen fotograferen. En, zo blijkt achteraf, het schijnt met z’n 50 meter hoogte de op-één-na hoogste pagode van Japan te zijn.

De avond valt snel in Japan en we keren terug naar Kyoto. Daar nemen we nog even de tijd om het station van Kyoto te bewonderen. In tegenstelling tot alle tempels in Kyoto, een typisch voorbeeld van moderne-architectuur. Een serie aan opeenvolgende roltrappen leidt naar de ‘Sky Terrace’. Een terras op de 11e verdieping met een mooi-verlichte gazebo. Het lijkt misschien nog vroeg (begin november) maar ze zijn in Japan al vol op bezig met de voorbereidingen voor kerst. We nemen de skyway, een overdekte passage in de nok van het stationsgebouw met uitzicht op de rood-wit-blauw verlichte Kyoto Tower.

Vandaag was echt een van de highlights van mijn Japan-reis. Ik heb zo veel interessante dingen gezien. Ik heb al veel tempels gezien, maar de tempels in en rond Kyoto weten mijn verwachtingen toch te overtreffen. Ik eet die avond boven in het stationsgebouw van Kyoto. De 11e verdieping zit vol met kleine Ramen-restaurantjes. Bij drukte moet je eerst in een rij gaan staan, dan kies je je menu bij een automaat, je betaalt en krijgt vervolgens een kaartje dat je bij de serveerster kunt in leveren. Nog geen 10 minuten later staat er een lekkere warme kom ramen voor mij op tafel, en natuurlijk een kommetje witte rijst.