Met de bus trekken we vanuit Yudanaka nog dieper de bergen in. Leuk feitje is dat ze in Japan juist achter in de bus instappen. Je trekt dan een kaartje met het haltenummer waar je bent ingestapt. Bij het einde van de rit betaal je pas. De bestemming van de bus is Hasuike (1480 m). In de winter is dit een ski-resort, maar eind-oktober kun je er prachtig wandelen. Op deze hoogte zijn de herfstkleuren al doorgebroken.

Op advies van de reisleidster besluit ik in eerste instantie de Shimizushindo Trail te lopen. Al snel blijkt het dat dit niet de meest makkelijke wandeling is. De route staat niet duidelijk aangegeven, waardoor we een halve ski-piste af lopen om vervolgens tot de conclusie te komen dat we toch boven een ander pad in hadden moeten slaan. Vervolgens gaat de route over spekgladde (door de regen van gisteren) en niet altijd even stevig-uitziende knuppelbruggetjes, tussen een bergwand en afgrond van een paar meter diep. Ik heb er spijt van dat ik mijn bergwandelschoenen thuis heb gelaten.
Voetje-voor-voetje schuifelen we richting de eerstvolgende kruising met de hoofdweg. Een deel van de groep gaat door, maar samen met de reisleidster en één andere reisgenoot besluiten we om rechtsomkeert te maken. We nemen een lift op de achterbank van een vriendelijk Japans echtpaar. Vanaf het startpunt van die ochtend, besluiten we samen met een groepsgenoot die al eerder was afgehaakt een andere wandeling, de Sunshine Trail, te lopen. Achteraf gezien een goede keuze. De herfstkleuren zijn hier volop aanwezig: geel, oranje, bruin en een diepe kleur rood. De route loopt rond de Biwa-ike Pond, een prachtig helderblauw meer.

We wijken van de route af om naar de top van Mt. Asahiyama te klimmen. Bijzonder vind ik de houten bedjes die op de top van de berg staan (zie foto). Het doet me denken aan een aflevering van Tokidoki van Paulien Cornelisse die ik ter voorbereiding van mijn Japan-reis heb gezien. Hierin ging het over het woord ‘Yugen’ wat het gevoel beschrijft waarbij je in stilte één wordt met de natuur. Dat gevoel heb ik helaas niet ervaren. Maar het uitzicht vanaf de top van de berg over het meer en de bergen was prachtig! Lang kunnen we er niet van genieten want de mist komt snel op zetten. Met de bus keren we terug naar Yudanaka, waar ik vlakbij de bushalte nog een mooie brug op de foto slinger.

Vlakbij het hotel tref ik ook nog een leuke situatie aan: een setje eieren in een mandje die met warm water, dat ook voor de onsen worden gebruikt, worden gekookt. ‘Soft boiled egg’ voor 50 yen, omgerekend zo’n 40 eurocent. Het is dat ik geen ei-eter ben, anders had ik er zeker eentje gekocht. Voor we gaan eten probeer ik nog een keer een onsen, dit keer een publieke onsen. Het water van deze onsen is iets koeler dan in de onsen van het hotel, maar ik kom niet verder dan mijn knieën in het water.

Het avondeten is weer voortreffelijk. De gastvrouw en de kok staan ons met een vriendelijke lach bij de eetzaal op te wachten en leggen in het Japans en met handen en voeten uit wat we vandaag te eten krijgen: o.a. een aubergine gevuld met een soort stroperige saus (verrassend lekker), een tempura garnaal, een flink stuk zalm (in aluminiumfolie) en een met gasbrander verwarmd schaaltje met daarin verschillende groenten. Na het eten gaan we naar een festival in de straat. Een paar oudere mannen laten zien hoe ze een toetje (waarvan ik de naam niet meer weet), een lokale specialiteit maken. Met hamers slaan ze een soort deeg aan in een tobbe. We mogen het zelf ook proberen en na afloop het toetje natuurlijk proeven: een soort smaakloze marshmallow, niet mijn favoriet maar wel leuk om geprobeerd te hebben. Na een paar potjes tafeltennis (dat kon daar ook) keer ik terug naar de ryokan. Morgen hebben we weer een flinke reisdag voor de boeg.

